Acht korte casussen (inclusief uitwerkingen) om
te gebruiken als werkgroepopdracht over
farmacologie. Bij elke casus moeten de
studenten aangeven:
a. wat de toedieningsweg is (Nederlandse en
medische term);
b. hoe het geneesmiddel op de plaats van
werking terechtkomt;
c. of deze route enteraal of parenteraal is;
d. of de werking van het middel lokaal of
systemisch is.
Opdracht toedieningswegen medicijnen a.d.h.v. casuistiek