De student
• Herkent het verschil tussen begrijpelijke taal en moeilijkere taal (inclusief jargon)
• Gebruikt begrijpelijke taal bij het geven van uitleg aan cliënten (met beperkte gezondheidsvaardigheden)
• Kan op juiste wijze de Terugvertel-methode toepassen
3.2 Leeractiviteit-Herkennen en gebruiken van eenvoudige taal